Een fenomenologische ruimte:
De WoonMachine spreekt de zintuigen van de bezoeker rechtstreeks aan. In het huis hoor je iemand over de houten vloer naar de kamer lopen, hij draait de kraan open, je hoort een douche lopen, ritselende kleren vallen op de grond. Buiten hoor je het geraas van een voorbijrijdende auto. Krekels sjirpen op de achtergrond. Het licht veranderd van hard en hoog op de middag, over laag en oranje bij de zonsondergang tot zacht blauw in de ochtend.
Een stem beveelt de bewoner op te staan. Ze vraagt hem heel precieze bewegingen uit te voeren. Op zijn rug gaan liggen, het dons lichtjes van zich af te duwen. Zijn bovenlichaam rechtop te duwen met zijn ellebogen, enz.
De bewoner van de WoonMachine heeft geen lichaam. Je hoort hem bewegen. Je ziet de gevolgen van zijn acties. Het licht gaat aan, de Venetiaanse blinden gaan dicht. Maar je ziet hem niet. Hij heeft geen beeld. Het lichaam van de bewoner is een projectie in het hoofd van de bezoeker.
Een psychologische ruimte:
In de WoonMachine wordt een banale dag uiteengerafeld. Alle bewegingen, elk geluid, elke stilte wordt systematisch uitgewerkt en opgevoerd in een eindeloze loop van licht en geluid. De gedetailleerde acties trekken alle aandacht. Ze zijn dermate aanwezig, dat er nauwelijks ruimte overblijft. De herkenbaarheid van de acties is bijna storend. Alsof we deelnemen aan een soort postmoderne dwangneurose. Gevangen in het alledaagse dat plaatsgrijpt in een ruimte die ergens zweeft tussen een modernistische woning, een 19de-eeuwse vitrine kast en een Ikea kijkstand.
Een performatieve ruimte:
De WoonMachine is een actieve architectuur. Meer dan vorm geven aan een kader waarbinnen acties kunnen gebeuren provoceert ze zelf die acties. Het is een ruimte dat eerder wordt bepaald door wat ze doet, dan door wat ze toont. Door het betreden van die ruimte wordt het publiek deelnemer. De toeschouwer kan kiezen om de installatie actief te bewonen of kan enkel door zijn aanwezigheid door de anderen beschouwd worden als ‘deel van een scene’. De Machine werkt dan ook op beide niveaus. Het is een klein theater waarin klank en licht een opeenvolging van huislijke scènes produceren. Maar tegelijkertijd heeft het alles van een echte woning. Een douche met lopend water, Ikea meubelen, een kookvuur,... de bezoeker kan bijvoorbeeld ook koffie zetten als hij dat wenst.



